Bezinning en bemoediging

11-05-2022

Lucas de songwriter

Wij hebben een blij geloof. En vreugde leidt als vanzelf tot zingen. Luister maar eens bij sportwedstrijden. Supporters van de winnende club gaan zingen en aan de overkant is het stil. Lucas geeft ons in het begin van zijn evangelie drie liederen. Maria, Zacharias en Simeon zijn zo blij met wat hen overkomt dat ze als vanzelf gaan zingen.

Maria gaat op bezoek bij haar nicht Elisabet. Beide vrouwen zijn zwanger en weten allebei dat God op een bijzondere wijze door hen werkt. Dan kan Maria haar blijdschap niet binnen houden en jubelt ze het uit:

 

‘Met heel mijn hart roem ik de Heer,

met al mijn adem juich ik om God, mijn redder…’

                                               (Lucas 1,46-55)

 

In de kerk zijn we dit lied naar de Latijnse beginwoorden het ‘Magnificat’ gaan noemen. Iedere avond wordt het gezongen in de Vespers. Het is een lied van pure vreugde om Gods barmhartigheid.

Zacharias kon niet geloven dat hij en zijn vrouw Elisabet op hun leeftijd nog kinderen zouden krijgen. Daarom kan hij niet meer spreken totdat de jongen – Johannes – geboren is en zijn tong weer kan bewegen. Spontaan zingt hij een loflied op God:

 

‘Gezegend de Heer, de God van Israël,

want Hij heeft zich het lot van zijn volk aangetrokken, en het bevrijd…’

                                               (Lucas 1,68-79)

 

Iedere ochtend in de Lauden wordt het gezongen als het Benedictus. De slotzinnen geven je iedere dag weer een mooie opdracht mee:

 

‘… om licht te brengen in het duister en de schaduw van de dood

en onze voeten te geleiden op een weg van vrede.’.

 

Wanneer Maria en Jozef voor het eerst met Jezus in de tempel komen om Hem daar aan God op te dragen worden ze gezien door een hoogbejaarde profeet, Simeon. De heilige Geest geeft hem in dat het kindje Jezus de verwachte Messias is. De oude man neemt het pasgeboren kindje in zijn armen en zingt dolgelukkig:

 

‘Laat nu, Heer, volgens uw woord,

uw dienaar in vrede heengaan.

Mijn ogen hebben uw heil aanschouwd

dat Gij hebt bereid voor de volken:

Het licht dat voor alle heidenen straalt,

de glorie van Israël uw volk.’

                                               (Lucas 2,29-32)

 

‘Laat mij nu maar sterven, God,’ zingt Simeon, ‘want ik weet dat U met Jezus ons Licht geeft dat nooit meer dooft. Het wordt iedere avond bij de Completen of Dagsluiting gezongen. Laat mij maar rustig slapen, God, want u waakt over mij.

Diaken Marc Brinkhuis