Bezinning en bemoediging

06-04-2021

Een deel uit een mooi verhaal van Andre Troost.
(Boek: Ik laat je niet alleen)

De stoel
Of hij een vriend had? Nee, eigenlijk niet.
Nu ja, hij had wel een paar kennissen, die zo eens in de tien jaar
kwamen kijken, maar of je dat nu echte vrienden kon noemen…
Eigenlijk was hij zo’n beetje een kluizenaar.
En als hij ziek was? Dan miste niemand hem.
Misschien de juffrouw aan de kassa, in de winkel waar hij zijn brood kocht,
een pak melk en een stukje kaas. Maar verder….
Hij zou niet weten wie hem zou moeten missen.
Of hij dan nooit eens behoefde had aan een goed gesprek met iemand?
Nee, niet echt. Ach, veel problemen had hij niet.
Waarom zou je problemen hebben? Als een mens toch maar
z’n boterhammetje had en een kommetje melk op zijn tijd, een dak boven het hoofd
en een beetje vuur als het ’s winters koud is, wat moest je dan nog meer?
Maar, eerlijk is eerlijk, het leven was toch niet altijd even gemakkelijk.
‘Soms vraagt een mens zich wel eens af: wat moet ik nou nog, hier op aarde?
Kijk, toen ik vroeger jong was en mijn handen flink uit de mouwen kon steken,
toen was dat geen vraag. Je deed wat je had vond om te doen.
Maar nu ik een dagje ouder geworden ben, is dat anders,
dat zul je wel begrijpen….
En ik geef toe, als ik zo’n pijn op mijn borst heb, zoals onlangs, dan lig je
toch wel even heel stilletjes hier op bed eenzaam te wezen….
Of ik telefoon heb? Waarom zou ik?
Wie moet je bellen als je geen vrienden hebt? Nee mij niet gezien.
Het kost alleen maar geld en je hebt er verder niks aan, niemendal.’
Of vriendschap dan helemaal niets voor hem betekende?
‘Nou, helemaal niks, dat zul je me niet horen zeggen.
Kijk, zie je die lege stoel, hier naast mijn bed?
Nou, als ik ’s avonds ga slapen, dan denk ik:
dat is de stoel van mijn Vriend. Daar zit Hij! Geen mens kan Hem zien.
Ik ook niet. Maar geloof me: Hij zit er. Altijd. Begrijp je wat ik bedoel?
Het is m’n enige Vriend, die me begrijpt zoals geen mens me ooit begrijpen zal.
En voor ik dan ga slapen, praat ik tegen Hem. Zomaar, van alles zeg ik dan.
Net wat me in het hoofd schiet. Over wat ik meemaak.
En over wat ik me herinner van vroeger. En over de pijn op mijn borst.
Dan praat ik, voor het vaderland weg. En Hij luistert. Altijd.’

Ik hoop dat wij allen zo’n Vriend met een hoofdletter hebben in ons leven.
Een Vriend waar we alles mee kunnen delen.
Een Vriend die maakt dat je je nooit echt alleen hoeft te voelen.

Wilhelmien Wichers Schreur. pw.